TEKSTEN CURSUS
Week 14 2009
Hoofdstuk 'Van problemen naar beslissingen' uit 'Alle dagen zen' van Joko Beck.
Mensen die naar het zen-centrum komen - en met name mensen die hier, nieuw zijn - zeggen soms dat ze hier een werkelijk spiritueel leven hopen te vinden, of een leven van eenzijn, een leven dat hun het gevoel geeft dat zij één met alles zijn in plaats van gescheiden van alles. Daar is niks verkeerd aan; dat is ten slotte wat we hier doen.
Toch denk ik niet dat iemand van ons zou kunnen vertellen wat een spiritueel leven' is. Vandaar dat we meestal praten over wat het niet is. Er bestaat een beroemde uitspraak in de zen-literatuur, die zegt: 'Een millimeter verschil en hemel en aarde worden gescheiden. Wat betekent dat? Wat is die millimeter verschil waardoor 'hemel en aarde worden gescheiden,' waardoor de eenheid van het leven wordt verstoord (of dat we dat denken)? Vanuit een absoluut standpunt gezien kan niets dat eenzijn verstoren, maar vanuit ons relatieve standpunt hebben we het gevoel dat er iets njet klopt. De wezenlijke eenheid van het leven lijkt voor ons niet toegankelijk. Soms vangen we er een glimp van op - maar meestal zien we er niets van. Rond de Kerst bijvoorbeeld kunnen mensen of plezier hebben of gek worden. Soms doen we beide tegelijk! Het is een tijd waarin we ons vaak bewust zijn van onze angsten en verdeeldheid. Maar als we naar Oud en Nieuw gaan, krijgen we het gevoel dat deze periode een keerpunt inhoud en niemand kan dat keerpunt licht nemen. We hebben in ons aardse leven allemaal maar een bepaald aantal keerpunten. Voor mensen die ook maar een beetje gevoelig zijn is, het keerpunt van het Nieuwe Jaar essentieel. We moeten die millimeter verschil herkennen - om te zien wat het is, in welke verhouding het staat tot het keerpunt in ons leven.
Een passage in de bijbel luidt: 'Gelijk een mens in zijn hart denkt, zo is hij.' De onbehaaglijkheid waar we het over hebben, die scheiding, die millimeter verschil komt voort uit hoe een mens 'in zijn hart denkt.' (het woord 'hart' verwijst hier niet naar een of andere emotionele eigenschap, maar naar zoiets als 'de kern van de zaak', de essentie van het probleem, het binnenste wezen, zoals in de Hart Soetra.) En 'gelijk een mens in zijn hart denkt' - als een mens de waarheid van zijn leven begint te zien - dan is hij dat. Hoe meer we nu zien wat de waarheid van ons leven is, hoe beter we zien wat die millimeter verschil is. En dat brengt me bij twee woorden die vaak door elkaar worden gehaald: beslissingen en problemen.
Van 's ochtends vroeg, tot 's avonds laat bestaat het leven uit beslissingen. Zodra we 's ochtends onze ogen opendoen nemen we beslissingen: zal ik nu opstaan of zal ik nog vijf minuten blijven liggen? Of, vooral, moet ik opstaan en gaan zitten! Zal ik eerst een kop koffie nemen? Wat zal ik voor ontbijt nemen? Wat zal ik vandaag het eerst doen? Als het een vrije dag is, zal ik naar de bank gaan? Of zal ik er gewoon een fijne dag van maken'? Zal ik de brieven schrijven die ik nog niet heb geschreven? Van 's ochtends vroeg tot s avonds laat nemen we het ene besluit na het andere en dat is heel gewoon; daar is niets vreemds aan. Maar we zien het leven in termen van problemen, niet van beslissingen.
Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: 'Kijk, het is één ding om te besluiten of ik eerst naar de bank of eerst naar de supermarkt ga; dat is gewoon een eenvoudig besluit. Maar wat er in mijn leven aan de hand is, is een probleem.' Het kan zijn dat het iets met je baan te maken heeft; misschien heb je werk waar je absoluut een hekel aan hebt. Of misschien ben je juist je baan kwijtgeraakt ... of wat dan ook. We denken niet dat dat gewoon een besluit is, we zien het als een probleem. We maken ons allemaal zorgen over hoe we de problemen van ons leven moeten oplossen; we zien allemaal het leven als een probleem, althans een groot deel van de tijd.
Nog een voorbeeld: 'Ik werk in San Diego, ik heb hier een aardige vriendin en ik vind het klimaat hier fijn - maar oh jee, ik heb een goed aanbod voor een baan in Kansas City waar ik veel meer kan verdienen.' We hebben het gevoel dat we gewoon niet tot een besluit kunnen komen - en dus hebben we een probleem. En daar kan een mensenleven in de soep lopen en komt de millimeter verschil om de hoek kijken.
Wat moeten we aan onze problemen doen - anders dan piekeren,analyseren, voortmodderen, het gevoel hebben dat we gewoon niet weten wat we moeten doen. Ik heb het niet over de kleine zaken; daarover komen we wel tot een of ander besluit en gaan van daaruit verder. Maar wanneer er een belangrijk vraagstuk in ons leven komt - 'Moet ik die relatie aangaan?' 'Moet ik die relatie verbreken?' 'Als
ik die relatie wil verbreken, hoe doe ik dat dan?' staan we met onze mond vol tanden over wat we moeten doen. En dan is het citaat gelijk een man in zijn hart denkt, zo is hij' van toepassing. Wat werkelijk ieder probleem bepaalt, is de manier waarop we er in ons hart over denken. Hoe we zien wat ons leven is. Van daaruit komen we tot een
besluit.
Stel dat we al twee jaar zazen doen; we zijn ons er misschien niet van bewust, maar we kijken dan waarschijnlijk anders tegen het probleem hoe we een relatie moeten beëindigen aan, dan we deden voor we met zen-beoefening begonnen, omdat ons idee over onszelf en over de ander, veranderd is. Serieuze beoefening verandert de manier waarop we ons leven zien en dus begint hetgeen we met dat leven doen ook te verschuiven. Mensen willen een techniek leren voor het nemen van beslissingen, voor het oplossen van problemen. En daar bestaat geen vaste techniek voor. Maar als we onszelf meer en meer leren kennen, zullen we van daaruit onze beslissingen nemen.
Stel bijvoorbeeld dat we tegen Moeder Theresa zouden zeggen: 'Nou, Moeder Theresa, wat denkt u ervan om in San Francisco te gaan wonen in plaats van in Calcutta; het uitgaansleven is hier veel beter. Er zijn betere restaurants om naar toe te gaan en het klimaat is ook veel prettiger.' Maar hoe neemt zij haar besluit? Hoe kwam ze tot het besluit in de ergste buurt van Calcutta te blijven, waar ze werkt? Waar kwam dat besluit uit voort? 'Gelijk een mens in zijn hart denkt, zo is hij. Zij zou het waarschijnlijk goddelijke ingeving noemen: door de vele jaren van zichzelf blijven, ziet ze waar ze werkt of wat ze doet niet als een probleem, gewoon als een besluit.
Hoe beter we onszelf kennen, hoe meer onze problemen verschuiven naar: 'Ik ben dit, daarom doe ik dat of ben ik in zekere mate bereid dat te doen.' En soms kiezen we voor dingen die voor andere mensen heel erg inspannend of erg onplezierig zijn. 'Meen je dat nou? Dat zou ik nooit doen.' Maar als ik in mijn hart het gevoel heb dit ik dat ben en dat dat de manier is waarop mijn leven zich wil manifesteren, is er geen probleem.
Wanneer er dus iets in ons leven is dat onoplosbaar lijkt, betekent het dat we denken dat daar een probleem zit dat we als een voorwerp beschouwen, als een grapefruit. We hebben dat probleem niet als onszelf bekeken. En een manier om te zorgen dat een probleem in een besluit verandert is er mee te zitten, er zazen mee te doen. Dat besluit bijvoorbeeld over waar ik zal gaan werken: wanneer ik daarmee ga zitten zullen de gedachten over al mijn bezwaren naar boven komen, of mijn wat dan ook tegen het werken in een ander deel van het land. Ik blijf die gedachten benoemen; ik laat ze voorbij komen; ik maak me zorgen, ik analyseer of pieker. En ik blijf terugkeren naar de direkte ervaring van mijn lichaam van de werkelijke kern van die kwestie. Ik blijf gewoon zitten met de spanning en de verkramping, en blijf daar doorheen ademen. En door dit te doen krijg ik beter kontakt met wie ik ben en wordt het besluit duidelijker. Als ik me volledig verward voel is dat niet omdat er een probleem is wat ik op de een of andere manier moet zien op te lossen; ik weet dan gewoon niet wie ik ben met betrekking tot dat probleem.
Stel bijvoorbeeld dat ik niet weet of ik een man zal trouwen om zijn geld of een andere man voor geen enkele speciale reden - ik vind hem gewoon leuk. Als die vraag al bij me kan opkomen, is er iets van mezelf dat ik niet ken. Het probleem ligt niet ergens daarbuiten. Het probleem is hier: ik weet niet wie ik ben. Wanneer ik weet wie ik ben, zal ik net zoals Moeder Theresa geen probleem hebben te weten wat ik moet doen. En naar gelang ik steeds meer te weten kom over wie ik ben, ga ik mijn leven ontdoen van wat mijn leven niet werkelijk nodig heeft. Ik vind niet langer dat ik dit of' dat absoluut moet hebben. Het is niet zo dat ik dingen opgeef, het is alleen dat ik ze niet meer zo nodig heb. De meeste mensen die al ettelijke jaren zitten, merken dat hun leven aanzienlijk vereenvoudigd is - niet door een of andere deugdzaamheid, maar omdat, naar mate ze minder nodig hebben, hun wensen op natuurlijke wijze vervliegen. Mensen die me nu kennen kunnen het niet geloven, maar jaren geleden kon ik niet werken zonder nagellak en lippenstift (in dezelfde kleur natuurlijk): anders voelde ik me onzeker. En hoewel ik nooit veel geld had, moest ik altijd mooie kleren hebben. Nu is er niets verkeerds aan om er leuk uit te zien; dat zeg ik niet. Wat ik zeg is dat als egocentrische wensen de spil zijn waar alles omheen draait, je dan problemen zult hebben met beslissingen nemen. Dat zullen namelijk problemen lijken. Maar als je zen-beoefening doet, als de spil voor wat je werkelijk van je leven wilt maken verandert, vervliegen wensen en de besluiteloosheid.
Dus hebben we problemen met Kerst en rennen eindeloos van hot naar her om ieders wensen te vervullen. We moeten voor onszelf weten wat de spil is. Dan weten we ook wat juist is om te doen. De kennis over wie we zijn is altijd fragmentarisch, onvolledig, niet meer dan een eerste aanzet zelfs. Niettemin zullen we, als we onze beoefening doen, meer en meer gaan zien dat het leven niet om problemen of klachten draait.
Ik wil hier niet mee aangeven dat we nooit plezier mogen hebben. We zullen net zoveel plezier hebben als op dit moment bij ons beeld van wie we zijn past. Als we een hoop tijd voor wegvluchten nodig hebben, is dat gewoon de manier waarop we onszelf en ons leven zien. Maar in de loop der tijd zal dat afnemen. Omdat we geen kontakt kunnen maken met deze innerlijke spil, de kern van onszelf', zonder dat alles, daar omheen verschuift en verandert. T. S. Eliot heeft geschreven over het rustpunt waar het universum omheen draait. Dat rustpunt is niet iets aanwijsbaars. Als we zen-beoefening blijven doen, komen we meer en meer te weten wat het is. Maar zonder aanhoudende, geduldige beoefening, wat voor de meesten onder ons zazen doen betekent, zijn we meestal verward. We kunnen bijvoorbeeld een hoop zelfopoffering van onszelf eisen. Als we onszelf voor iemand anders opofferen kan dat soms heel erg slecht zijn voor die ander. En soms is het het enige dat we moeten doen. Wanneer we een besluit moeten nemen of we wel of niet iets voor iemand anders moeten doen en we ten slotte zeggen: 'Nee, dat doe ik niet voor jou' - Waar komt dat vermogen een wijs besluit te nemen dan vandaan? Het komt voort uit een toenemende helderheid over wie we zijn en wat ons leven betekent. In de loop der jaren doe ik steeds minder voor mensen op de manier zoals ik dat vroeger deed. Elke keer als er iemand bij me aankwam met een of ander probleempje had ik het gevoel dat ik meteen met ze moest praten. Tegenwoordig denk ik vaak eerst aan mezelf. En dat betekent niet perse dat ik egoïstisch ben, het kan het beste zijn wat er op dat moment gedaan kan worden.
De wetenschap van wat er gedaan moet worden, wordt in de loop van de beoefening langzaam steeds duidelijker. En beslissingen worden gewoon beslissingen en geen hartverscheurende problemen. Een sesshin is een manier om ons voorbij dat deel van onszelf te loodsen dat in paniek raakt over onze problemen. Alleen al door de wijze waarop hij gestructureerd is geeft hij ons, bijna of we het nu willen of
niet, een innerlijke ruimte waarin we helderder kunnen zien. Nietemin blijft het dagelijks zitten het belangrijkste. Ik heb het niet over zomaar willekeurig zitten. Als dat zitten njet op een verstandige manier gebeurt is het bijna erger om het wel te doen dan het niet te doen. We moeten weten wat we aan het doen zijn. Zo niet, dan bouwen we een nieuwe fantasiewereld die waarschijnlijk meer schade aanricht dan helemaal niet zitten. Goed, zijn er nog vragen?
LEERLING: Het lijkt dat waneer je allerlei opvattingen hebt over wat goed en slecht is, dat dat dan alles in de weg staat.
JOKO: 0, dat doet het zeker! Omdat het gedachten zijn en gedachten in mijn hoofd over wat goed of slecht is, zijn mijn persoonlijke meningen - en daarbij gewoonlijk nog op allerlei emoties gebaseerd - wat het helder zien van mijzelf of van wie dan ook in de weg staat.
LEERLING: Ik dacht dat het antwoord zou zijn: de werkelijkheid te zien zoals hij is.
JOKO: Dat is o.k. Nogmaals, wat dat betekent in termen van de werkelijke beoefening is misschien niet zo eenvoudig. 'Een millimeter verschil....wat is het?
LEERLING: Als er iets is wat ik van plan was te gaan doen en er komt iets anders tussen zodat er twee mogelijke richtingen zijn waaruit ik moet kiezen - in dat gat raak ik de kluts kwijt en krijg ik egocentrische gedachten...
JOKO: Dan heb je een 'probleem' nietwaar?
LEERLING : En meer dan een millimeter!
JOKO: Meer dan een millimeter! Prachtig!
LEERLING: Het verschil heeft misschien te maken met het erkennen wat van mij is, welke verantwoordelijkheden van mij zijn.
JOKO: Weet je altijd wat ze zijn?
LEERLING: Nee!
IOKO: Wat zorgt nu voor die millimeter verschil, waardoor we niet kunnen zien? We hebben allemaal onze verantwoordelijkheden en verplichtingen, maar die twee halen we ook door elkaar en maken ze tot problemen. Wat doen we dat er voor zorgt dat die millimeter verschil ontstaat?
LEERLING : We willen dingen.
JOKO: We willen dingen. Ja.
LEERLING: We hebben gedachten over dingen geven.
JOKO: En we kunnen alleen echt geven wanneer we niets terug hoeven te hebben. Nietwaar? Ik wil. Ik wil. Ik wil. Ik wil. Alleen al erkennen dat ik wil, ik wil, ik wil dat mijn leven zo is als ik wil dat het is en niet
anders - heeft een hoop te maken met die millimeter verschil. En we willen allemaal dat het leven overeenkomt met het plaatje dat we ervan hebben gemaakt, liefst gemakkelijk. Prettig. Wat nog meer'? Vol verwachting voor de toekomst'? Er is geen toekomst! 'Op een dag zal het allemaal beter gaan.' Wie weet?
LEERLING: Voor mij is het me kunnen overgeven. Als ik me kan overgeven aan wat er gebeurt dan kom ik niet met al die troep op de proppen waar ik nu tegenaan loop.
JOKO: Als we ons echt kunnen overgeven is dat prachtig. Maar wat staat zo'n overgave in de weg? Ik. En waar bestaat ik uit?
LEERLING: Uit kwaadheid. Ik wil het anders! Het gaat niet zoals ik wil!
JOKO: Precies, en dat zijn gedachten. Als we die gedachten alleen als gedachten konden zien, zouden we kunnen terugkeren naar wat er gedaan moet worden.
LEERLING: Als je een probleem tegenkomt moet je dan je wilskracht gebruiken om het te veranderen?
JOKO: Je hebt het over het verschil tussen beslissingen en problemen. Als je elk probleem echt als jezelf beschouwt, in plaats van het als een probleem te bekijken dat moet worden opgelost, kan je vragen: 'Wat gebeurt er hier?' Wal je ziet gebeuren is meestal je eigen kwaadheid, angst en gedachten. Hoe beter.je die en de daarbij horende lichamelijke spanningen leert kennen, wordt het duidelijk of je al dan niet moet proberen iets te veranderen. Ik zeg niet dat je nooit iets moet veranderen. Maar dan zal het duidelijk zijn, net zoals dat voor Moeder 'Theresa is'.
LEERLING: Is dat de remedie?
JOKO: De remedie? Er is geen remedie; maar op het moment dat je het leven omarmt en het tot jezelf maakt, zie je gewoon wat het is, wat er aan de hand is. Dan is die millimeter verschil verdwenen, begrijp je? Omdat er geen probleem is. Er is alleen ikzelf. Dan is het ook niet meer beangstigend. Als we geduldig zitten, zien we meestal steeds beter wat we moeten doen. Het is niet zo'n groot mysterie. En dan weten we wanneer we dingen moeten veranderen en wanneer niet. we leren de dingen te aanvaarden die we niet kunnen veranderen, de moed om die dingen te veranderen die verandert moeten worden en de wijsheid om het verschil te begrijpen.
LEERLING: Wat zorgt ervoor dat we willen doen wat passend is?
JOKO: Wanneer we met onszelf in kontakt staan, willen we altijd doen wat passend is. 'Gelijk een man in zijn hart denkt, zo is hij.' Niet alleen 'zo is hij', zo doet hij. Zo handelt hij.
Naar de andere weekteksten