TEKSTEN CURSUS
Week 39 2009
Fragment uit het hoofdstuk De Grote Dood uit 'Zitten in stilte' van Jeroen Witkam.
Loskomen van de ordening van je gedachten kan gebeuren door het ingaan in de stilte. Het gaat om een heel duidelijke keuze,telkens opnieuw: niet ingaan op je gedachten. Dat is het advies, het directief voor het mediteren. Het is de kern van deze wijze van mediteren, van de ontdekkingstocht naar de ware werkelijkheid. Door de identificatie met de derde nen wordt je gerichtheid op de werkelijkheid zoals ze wezenlijk is verzwakt, en wordt tevens het contact met je ware natuur, je eigen ware diepte, afgesloten. Het doorbreken van die derde nen, van die ordening van gedachten, is noodzakelijk om met jouw eigen diepte in contact te komen, met jouw eigen ware natuur. En dat is zoveel als een stervensproces.
Het is heel belangrijk door dit proces heen te gaan en heel bewust te leren niet in te gaan op je gedachten, op al die gedachtenpatronen die in de stilte steeds weer naar boven komen. Je moet ze wel even gewaarworden, om ze los te kunnen laten. En dan leer je jezelf ook kennen in al die gedachtenpatronen, die in je opkomen en die je wilt vasthouden als invulling van een zekerheid. je leert jezelf ook kennen in de emotionele lading van deze gedachtenpatronen, in je woede of angst of zorg... je leert jezelf kennen door zowel deze gedachtepatronen als hun emotionele drijfkracht los te laten. Dit proces van loslaten is uiterst belangrijk maar ook heel moeilijk en pijnlijk. Het betekent eigenlijk het sterven van de grote dood.
Maar de zenliteratuur, voortgekomen uit die ervaring van de grote dood, zegt ook heel duidelijk: er komt een moment waarop de vertrouwdheid met de duisternis zo groot is, dat je daarin kunt verwij1en, dat je daarin kunt wonen. Men noemt dat zanmai. Het denken valt weg en je hoeft jezelf niet meer telkens opnieuw aan te sporen om los te laten, nee, het gebeurt nu vanzelf: je woont in het niet-weten, je bent daar thuis in gekomen: zanmal.
De volgende stap is dat die duisternis zich verbindt met wat ik de tweede nen noemde, het zelfbesef. Als dat gebeurt dan is er de flits van verlichting; het licht breekt door in de duisternis, en je hebt nu waarlijk contact met je ware, diepe natuur gekregen, je weet nu wie je werkelijk bent. En in dat weten wie je bent verwerkelijk je tegelijkertijd ook jezelf: een andere naam voor verlichting is 'zelfverwerkelijking'. Dit is meesterschap: het leren omgaan met de werkelijkheid vanuit zelfverwerkelijking. Het is een gebeuren dat je niet zelf kunt bewerken, maar dat je overkomt wanneer je je er voldoende voor geopend hebt.
De duisternis waarin je thuisgekomen bent, wordt dus licht wanneer die duisternis zich verbindt met wat ik de tweede nen noemde, het zelfbesef, het ik-besef. Daardoor krijgt het ikbesef een heel andere dimensie en is niet meer gebonden aan de derde nen, je gedachtenstructuur; ze wordt nu verbonden met je diepe natuur, met wie ie werkelijk bent.
Naar de andere weekteksten