TEKSTEN CURSUS

Week 47 2011

Citaat uit het boek 'Aldus sprak de Boeddha' van Jan de Breet en Rob
Janssen, uit paragraaf 3.7 'Karma, wedergeboorte en nirvana'.

Volgens de Boeddhistische opvatting over de 'drie kenmerken van het bestaan' valt er geen blijvend 'zelf', geen onveranderlijke kern in de persoonlijkheid aan te treffen. Wat wordt er dan wedergeboren? Een antwoord is moeilijk te geven. We komen hier op een terrein dat aan de grens van ons bevattingsvermogen ligt. Alleen in termen van beelden en vergelijkingen kunnen we ons enigszins een voorstelling maken van de werkelijkheid die achter de term 'wedergeboorte' schuil gaat....Als vergelijking wordt gegeven dat een volwassene noch dezelfde is als de baby die hij vroeger was, noch een andere persoon. Zo geldt ook dat de vlam van een lamp die de hele nacht brandt, aan het einde van die nacht noch dezelfde is noch een andere dan de vlam die in de eerste nachtwake brandde. Het is eveneens te vergelijke met de melk die via dikke zure melk en boter tot ghee (geklaarde boter) wordt. De melk is niet hetzelfde als, maar ook niet iets anders dan de boter of de ghee.
Een moderne vergelijking is ontleend aan het biljartspel. Wanneer de ene bal de andere recht raakt, blijft de eerste liggen en gaat de tweede door. De energie van de eerste bal wordt aan de tweede doorgegeven. De eerste bal is totaal inactief geworden, maar de tweede is een 'voortzetting' van de eerste.
In deze gevallen is er sprake van continuïteit en niet van identiteit.

Naar de andere weekteksten