TEKSTEN CURSUS
Week 3 2012
Uit: Lopen in het voetspoor van de Boeddha door Maarten Olthof. Citaat uit hoofdstuk 8 Verlichting-de Boeddha
In een diepe concentratie observeert de nu vijfendertig jaar oude Siddhartha, in de nacht van de volle maan van mei, zijn lichaam: van zijn kruin tot zijn tenen en van zijn tenen terug naar zijn kruin. Deze meditatievorm is bekend geworden onder de naam vipassana, ook wel inzichtsmeditatie. Hij zag dat elke cel van zijn lichaam was als een druppel water in een eindeloze rivier van geboorte, bestaan en dood. Niets in zijn gehele lichaam bleef het zelfde, niets had een onveranderlijke kern. In deze rivier van het lichaam mengde zich de stroom van gevoelens, waarin eveneens geen enkel gevoel onveranderd bleef. Alle gevoelens kwamen, bestonden kortere of langere tijd en ebden dan weg. Sommige waren plezierig, andere onplezierig en weer andere neutraal.
Vervolgens observeerde Siddhartha de stroom van waarnemingen, die parallel loopt met de rivier van het lichaam en de stroom van de gevoelens. Hij zag dat de waarnemingen voortdurend in interactie zijn met het lichaam, de gevoelens en ook met elkaar onderling,en hij zag dat waarnemingen eveneens opkomen, bestaan en wegebben. Siddhartha besefte dat de tijdelijkheid die hij bij zijn lichaam, zijn gevoel en zijn waarnemingen waarnam,voor alle andere verschijnselen geldt. Hij besefte dat men door deze tijdelijkheid niet te zien, de werkelijkheid vertroebeld waarneemt. Mensen denken dat wat vergankelijk is, blijvend is. Bovendien zien zij niet dat alles voortdurend al het andere beïnvloedt en dat daarmee niets op zichzelf staat, ofschoon mensen zich zo graag vastklampen aan de waan dat zij de dingen zelf verwerkelijken, Mensen zien het geheel niet en denken in afzonderlijke onderdelen, zoals 'objecten' en 'personen'.
Siddhartha zag dat deze door onwetendheid vertroebelde waarnemingen leiden tot leedvolle emoties, zoals haat, angst en begeerte. Hij begreep nu dat men dit lijden kan verminderen of zelfs kan opheffen als men de onwetendheid te boven kan komen en de werkelijkheid ziet zoals zij is en niet zoals men zou willen dat zij is. Door bewust waar te nemen, kan men zien dat alles met elkaar samenhangt in een onderlinge afhankelijkheid.
Siddhartha zag dat alle verschijnselen in zichzelf 'leeg' zijn, doordat niets een eigen onafhankelijk 'zelf' heeft. Het leven te zien zoals het is, betekent de tijdelijkheid er van te zien. Doordat alles voortdurend in elkaar overgaat, verliezen begrippen als 'geboorte' en 'dood, hun betekenis. Zij blijken geconstrueerde begrippen te zijn, geschapen door ons verstand. Ons leven is als een tijdelijke uitdrukking van het universum, zoals golven een tijdelijke uitdrukking van de oceaan zijn.
Wanneer men de geest tot rust brengt en aandachtig naar de ware aard van de verschijnselen kijkt, kan men een volkomen inzicht bereiken. Daardoor lossen angst en verdriet op en maken zij plaats voor aanvaarding. Bewuste aandacht leidt tot het ervaren van bevrijding en verlichting. Het leven wordt verlicht door 'juist begrip', 'juist denken', 'juist spreken', 'juist handelen', 'juist levensonderhoud', 'juiste inspanning', 'juiste aandacht' en 'juiste concentratie'. Siddhartha noemde deze ontdekking 'het Achtvoudige pad'. Inzicht brengt begrip teweeg, begrip dat op zijn beurt tot mededogen en liefde leidt. Niet de liefde die beperkt wordt door de begrippen 'ik' en 'mijn', maar liefde die het vermogen in zich heeft om het lijden te verlichten van onszelf evenzeer als van anderen, liefde die het vermogen heeft om anderen gelukkig te maken.
Naar de andere weekteksten