Week 16

Er zijn verschillende beperkende maatregelen genomen: 1,5 meter afstand houden, vooral thuis blijven, thuis werken, niet uit gaan…
In hoeverre worden we daardoor in onze vrijheid beperkt? Fysiek, ja. Worden we hierdoor ook in onze geest beperkt? Dat hangt voor een groot deel van onszelf af. Als we ons richten op wat we niet meer kunnen en als we ons daar tegen verzetten, dan zullen we lijden en dan zullen we ons ook in onze geest beperkt voelen.

In de zen oefening leren we om te gaan met beperkingen: we krijgen aanwijzingen om op een bepaalde manier te zitten en om niet te bewegen, als er een signaal is staan we allemaal tegelijk op en lopen op dezelfde manier. We zien daardoor wat er zich in onze geest afspeelt en we doen ons best om daar niet op te reageren. We zijn getuigen van wat er in de geest opkomt en wat er ook weer verdwijnt. Dit gebeurt in samenhang met de wisselende omstandigheden waar we ons in bevinden. Vrijheid betekent om die stroom ongestoord te laten gaan. Dat is een natuurlijk proces. Onze geest is vrij en zal steeds mogelijkheden zoeken die heilzaam zijn. Je ziet dat ook bij de natuur. We maken het de natuur erg moeilijk door onze uitputtende en vervuilende activiteiten. Toch zullen we de natuur als samenhangend geheel nooit kunnen uitroeien. Het zal altijd wegen vinden om voort te bestaan. Met onze kleine geest proberen we ons leven vorm te geven zodat aan onze egocentrische wensen voldaan wordt. We zullen daar nooit helemaal in slagen. We kunnen het hoogstens in zekere mate beïnvloeden. Vrijheid betekent om met de natuurlijke stroom mee te gaan. We erkennen en aanvaarden de situatie zoals die zich nu aan ons voor doet en van daaruit weten we wat we in deze specifieke situatie moeten doen zodat het ten goede komt aan het grote geheel.

Etty Hillesum schreef in haar dagboek in de oorlog: ‘Ook al mogen we ons alleen nog maar in 1 straat begeven, dan nog heb ik de hele lucht erbij.’

We kunnen onszelf met onze kleine geest beperken. Dat doet we door onze ideeën, meningen en veronderstellingen. Ook woorden creëren grenzen. Ik woon op de eerste etage en er staat een boom dicht bij het raam. Ik kijk uit op de kruin van de boom. Ik hou van de lente; het frisse groen en de stralende bloemetjes die overal te voorschijn komen. In een onachtzaam moment keek ik naar buiten en werd ik me bewust van de vluchtige gedachte: ‘Goh, wat jammer dat de lente ook weer voorbij gaat.’ Toen ik me dat realiseerde wist ik dat dat geen heilzame gedachte was en liet het weer gaan. Ik keek nogmaals naar de boom en zag toen kleine, groene vervrommelde flapjes die uit stokjes te voorschijn kwamen. Dat was een moment dat ik echt kon zien wat er was en ik werd vervuld door verwondering en ontzag. Ik wist dat dit er nú was en genoot. Even zag ik de werkelijkheid zoals die echt is; geen begrip, geen verklaring.  De ruimte tussen onze woorden en vastomlijnde ideeën is eindeloos en heeft veel potentie. Het vergroot onze wereld en zorgt voor dankbaarheid, ongeacht hoe groot de oppervlakte is waarin we ons kunnen begeven. Als we kijken voorbij alles dat we weten zullen we oneindige mogelijkheden zien.